Veertigdagentijd 2015

Woensdag 18 februari is de veertigdagentijd begonnen, een periode van voorbereiding op Pasen.  Van oudsher een periode van vasten, inkeer, bezinning en gebed.  CLS (Commissie Liturgische Symboliek) heeft voor  deze periode aansluiting gezocht bij het boekje  “Terug naar de basis”. Voor de liturgische uitbeelding is eveneens een ‘basis’  gevonden, die elke week terugkeert: een dode boomstronk, omgeven door zand en stenen, aangevuld met  symbolen en bloemen die aansluiten op het thema voor die week.

1e zondag – Gods trouw aan de mens                              

Bij de stronk staat de hoogste kant voor God, en de laagste voor de mens(en).  Tussen beide kanten is een verbinding van kronkeltakken en klimopbladeren:  God zoekt verbinding met de mens.  In het midden ronde vormen met daaromheen kleine bloembolletjes: de mensen van alle generaties, jong en oud. De ronde vormen symboliseren Gods trouw, evenals de klimop en het vingerblad. Boven de hoogste stronk een grote witte bloem, die God symboliseert.

Veertigdagentijd-zondag1-1  Veertigdagentijd-zondag1-2  Veertigdagentijd-zondag1-3

 

2de zondag – onze trouw aan God

De uitbeelding is dezelfde als vorige week, immers onze trouw aan God  kan alleen bestaan door Gods trouw aan ons, mensen.

3de zondag - Beproevingen en verzoekingen

De beproeving  is uitgebeeld  aan de hoge kant: Gods weg met mensen loopt via beproevingen. De klimopranken staan voor Gods trouw; daartussen fijne bloemen: door beproevingen wordt je geloof uiteindelijk sterker. Het vingerblad verwijst naar  God die je door de moeiten heen draagt.
De  grote, witte bloem is het symbool voor God. De andere kant van de stronk symboliseert de verzoekingen, uitgebeeld door dorre takken, uitgebloeide distels en verdroogde bloemen.

                                                Veertigdagentijd-zondag3-1    Veertigdagentijd-zondag3-3

 



4de zondag - Liefde tussen God en mens

We zijn halverwege de veertigdagentijd en op deze zondag licht de donkere paarse kleur op naar roze: het licht van Pasen breekt door. Tussen de beide stronkhelften  een groen hart, met mos bekleed; dit staat voor Gods Vaderhart. Op de beide stronkhelften zijn roze roosjes verwerkt, symbool van Gods liefde voor de mensen.  De klimopranken verwijzen naar  Gods trouw, evenals het vingerblad.  

Veertigdagentijd-zondag4-1


5de zondag - Liefde voor elkaar

Vaasjes met rozen staan in een kring om de stronk heen. De vaasjes zijn onderling verbonden om de liefde voor elkaar uit te beelden. Tussen de beide stronkhelften hangt een hart, symbool voor Gods liefde.  Een grote witte bloem symboliseert  God. De klimopranken om de stronkhelften staan voor Gods trouw, evenals de vingerbladeren.

                                                              Veertigdagentijd-zondag5-1   Veertigdagentijd-zondag5-2

 

 

6de zondag - de  lijdensweek 

Op de liturgietafel is de intocht in Jeruzalem uitgebeeld: een uitbundig stuk met veel bloemen, die staan voor het enthousiasme waarmee de mensen Jezus binnenhalen als koning.  De mensen zwaaien met palmtakken, zichtbaar achter de beide stronkhelften. Het groene hart staat voor Gods liefde.  In het hart een grote witte roos, symbool voor Christus, de Koning. De klimopranken verwijzen  naar Gods trouw.   Het vingerblad staat voor Gods beschermende hand,  ook in deze week waarin het lijden van Christus zijn hoogtepunt vindt.  Op het podium staat het grote houten kruis.

 

Lijdensweek  - vespervieringen

Tijdens de vespervieringen blijft dit stuk op de liturgietafel staan.  Na elke viering worden er bloemen weggehaald, te beginnen met de lichtste kleur.  Het stuk wordt zo elke dag leger en donkerder.  Op deze manier wordt uitgebeeld dat de mensen Jezus in de steek laten en het lijden voor hem steeds dichterbij komt.  Op donderdag zijn alleen  donkere bloemen over en op Goede Vrijdag zijn alle bloemen weg: het lijden moet hij alleen doorstaan.  Het groene hart is weg: zelfs God heeft hem verlaten.

Het kruis op het podium schuift na elke viering een eind op in de richting van de liturgietafel:  het lijden komt dichterbij.  Dezelfde symboliek is zichtbaar in de kaarsen:  er brandt er elke vesper een minder.  Op Goede Vrijdag brandt alleen de paaskaars.

 

Goede vrijdag

Vandaag staan we in de diensten stil bij het lijden en sterven van onze Heiland.  In de afgelopen week waren de vespervieringen de voorbereiding op dit moment.  Het  stuk op de liturgietafel is tijdens de vespers elke dag verder uitgekleed en afgebroken: alle bloemen zijn weggehaald.  De mensen die Jezus enthousiast als koning binnenhaalden, hebben hem in de steek gelaten, net als zijn leerlingen.  Hij moet het lijden helemaal alleen doorstaan.  Dit wordt uitgebeeld in de kale boomstronk, de stenen en het zand.  Ook het groene hart is weg:  zelfs God heeft hem verlaten.
Van de vijf kaarsen die brandden tijdens de eerste vesperviering is alleen de laatste kaars, de paaskaars, over.  Het wordt steeds donkerder: het lijden komt dichterbij.  Dit is eveneens uitgebeeld in het kruis op het podium dat elke dag verder opschoof naar de liturgietafel.